Verslag bespreking Erfgoedwet in Tweede Kamer

Lees hier het volledige verslag van de bespreking van de Erfgoedwet in de Tweede Kamer op 2 juni 2015.

http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/plenaire_verslagen/detail?vj=2014-2015&nr=90&version=2

Een greep uit het verslag:

Pechtold:  “…….Om schade aan monumenten te voorkomen heb ik ook een amendement ingediend op de Omgevingswet. Hierin wordt een algemene instandhoudingsverplichting voor eigenaren opgenomen onder het motto: je moet het dak repareren als de zon nog schijnt. Door dit in de wet op te nemen kan worden voorkomen dat eigenaren hun monumenten al dan niet opzettelijk verwaarlozen. Dit komt de staat van ons erfgoed ten goede…… Ook over een ander punt zijn de heer Monasch en ik het roerend met elkaar eens, namelijk over de wens om monumenten en hun interieurs, de ensembles, in samenhang te kunnen beschermen. Het geheel is immers meer dan de som der delen.

CU “………De inzet was een landelijk netwerk van interieurwachters…..Wat is er met dit voornemen gebeurd? ..”

“…Waarom wordt de behandeling van de NMo en de voorgenomen vervreemding niet in één keer behandeld met de voorliggende Erfgoedwet? (verkoop 34 mon.complex, mh)

SGP “….Een eigenaar mag een monument niet actief of passief verwaarlozen. Dat betekent dat het monument ten minste wind- en waterdicht gehouden moet worden. De regering vindt dat gelukkig een prima uitgangspunt, maar creëert toch wat verwarring. In het wetsvoorstel wordt namelijk een definitie ingevoerd van normaal onderhoud. Dat zijn noodzakelijke, reguliere werkzaamheden, gericht op het behoud van de monumentale waarde. De vraag is echter waarom deze definitie wordt ingevoerd, terwijl deze verder in het wetsvoorstel niet wordt toegepast…” …. Later zegt de minister: “Nu vind ik het wel van belang dat verplichtingen van eigenaren om te voldoen aan de instandhoudingsplicht proportioneel moeten zijn en ook op die manier moeten worden gehandhaafd. Het moet dus niet zo zijn dat de gemeente bij het ontbreken van elk likje verf bij de eigenaar op de stoep staat. Ook is het niet de bedoeling dat de gemeente wacht met het aanspreken van een eigenaar tot het moment waarop instandhouding alleen nog te realiseren is met een alomvattende restauratie. Met die kanttekening ben ik bereid om het oordeel over dit amendement aan de Kamer te laten…”

“CDA “..Is het niet zo dat de Nederlandse regering zich met het verdrag van Granada uit 1994 verplicht heeft om ook het interieur van monumenten te beschermen?..

“…De beschrijving geeft ook aan hoe ver de overheid vervolgens kan gaan met ingrijpen. Dit blijkt uit een uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 oktober 2014. Hieruit vloeit voort welke aspecten van het monument in het bijzonder beschermwaardig zijn. Hieruit kan vervolgens dan ook afgeleid worden welke aspecten juist geen monumentale waarde toekomen. Deze kunnen dus gewijzigd worden door de eigenaar. Het is daarom van belang dat deze beschrijving goed is…”…….. reactie: Zij/de regering stelt dat de RCE verantwoordelijk is voor het bijhouden van het register. In opdracht van het ministerie worden verbeteracties voorbereid

Naoorlogs: “…Is zij bereid om nog dit jaar met een integrale visie te komen op het behoud en de bescherming van dit naoorlogs erfgoed, zoals de Raad voor Cultuur geadviseerd heeft in zijn advies van 4 juli 2013? Het gaat daarbij zowel om een intensivering van het aanwijzingsprogramma voor monumenten uit de periode 1945-1965, als om het starten van een aanwijzingsprogramma voor de periode 1959-1965…”

Vrijwilligers: “…De minister schrijft dat het juridisch mogelijk is om het te regelen, de Federatie Instandhouding Monumenten (FIM) heeft zelfs een heel eenvoudig model ontwikkeld om het te doen, maar toch schrijft de minister de Kamer dat zij het niet doet. Ik roep de minister nog een keer op om ervoor te zorgen dat vrijwilligers kunnen meetellen in de eigen inkomsten bij de aanvraag van een Brim-subsidie…”

VVD: “..Ik zei het al eerder: monumenten hebben op dit moment een bijzondere aantrekkingskracht. Het is in en hip om te genieten van cultuurgoed. Met name steden en dorpen met een historisch hart trekken veel belangstellenden of mensen die in een monumentale woning willen wonen. We lopen dus het risico dat ook steeds meer mensen zich willen bemoeien met privaat cultureel bezit. De betrokkenheid bij ons erfgoed is heel positief maar kent ook perverse effecten, zoals bemoeizucht en regeldrift. Hoe zorgen we ervoor dat de aanwijzing als beschermd cultuurgoed, met de nodige regelgeving voor de eigenaar tot gevolg, in balans is met het belang van cultuurgoederen voor de hele samenleving? In de Erfgoedwet wordt in artikel 3.9 ingegaan op de procedurele stappen om tot aanwijzing van een beschermd cultuurgoed te komen. Voor de VVD is het belangrijk dat de eigenaar van een cultuurgoed altijd het laatste woord heeft als de minister een rijksmonument of rijkscultuurgoed aanwijst. Zijn belang en recht staan wat de VVD betreft voorop.

Wet alleen voor rijksmonumenten: Ik vind dat wij bij de behandeling van dit wetsvoorstel een duidelijk voorbehoud moeten maken en de wet alleen van toepassing moeten laten zijn op rijksmonumenten en erfgoed van nationaal belang.

De minister: Roerend erfgoed behorend bij gebouw: “…Ik zou mij kunnen voorstellen de heer Monasch zijn amendement in een motie omzet, waardoor wij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zouden kunnen vragen om een register te maken van de belangrijkste interieurensembles. Ik zeg erbij dat dat wel beperkt moet blijven…”

Groene monumenten: Ik heb verder het voornemen om onderzoek te laten doen naar de instandhouding van zogenaamde “groene monumenten”. Stadstuinen horen daarbij. Mocht uit dat onderzoek blijken dat er iets in die zin speelt, dan zullen wij dat terstond opnemen.